IJsvogelwerkgroep Midden-Kennemerland
Medio april 2009 is de IJsvogelwerkgroep opgericht met als doel de IJsvogel te beschermen en de leefomgeving te verbeteren in het werkgebied van de Vogelwerkgroep Midden-Kennemerland. Dit doen we door middel van inventarisatie van de populatie en het zoeken naar geschikte broedlocaties. Daarna willen we in goed overleg met de grondeigenaar en beheerder broedwanden aanleggen. Na de aanleg van een broedwand is het blijven monitoren van deze locatie belangrijk voor het bepalen van het succes. Voor het monitoren en onderhouden van de broedwanden zullen leden van de IJsvogelwerkgroep enkele keren per jaar een broedwand bezoeken.
De IJsvogelwerkgroep is altijd geïnteresseerd in waarnemingen van IJsvogels. Meld waarnemingen van IJsvogels daarom op waarneming.nl
De IJsvogelwerkgroep is een onderdeel van de Vogelwerkgroep Midden Kennemerland en bestaat onder andere uit de volgende personen: Hans Stapersma, Renie van der Werf, Vincent van Roemburg, Jan van Leeuwen, Bart Numan, Ko Voorn en Klaas Pelgrim als contactpersoon. Contact is mogelijk via email:

ijsvogelwerkgroep@vwgmidden-kennemerland.nl
IJsvogels komen uit het dal: 2014 een mooi jaar!

In maart 2014 waren er de eerste tekenen. Na de op één na zachtste winter sinds 1706, waren er opvallend meer ijsvogels bij de broedplaatsen dan de laatste drie jaar. Een snelle eerste telling in maart door de IJsvogelwerkgroep voorspelde dat het aantal paartjes mogelijk zou stijgen van 1 naar 5 paar. Die verwachting is niet helemaal uitgekomen. Niet minder dan 4 paar ijsvogels zijn in 2014 vastgesteld als broedvogel. Sinds de oprichting van onze werkgroep hebben we dit nog niet mee gemaakt. Een verhoging met 300% ten opzichte van de 1 paar uit 2013. De zeer zachte winter is daarmee van grote waarde geweest voor de ijsvogelstand in de regio.
Verspreid over de regio kende Midden Kennemerland 4 broedparen en wel in Bakkum, Wijk aan Zee, Buitenhuizen en Heemskerk.
Voorspeld werd ook dat door het gunstige winterklimaat veel ijsvogels eerder tot broeden zouden komen. Daardoor was de kans groot dat veel ijsvogels niet twee, maar hopelijk drie broedsels konden grootbrengen. Ook die voorspelling is uitgekomen.
Uit het onderzoek van de IJsvogelwerkgroep blijkt dat van de 2 broedparen 50% ook een derde broedsel heeft gemaakt. Dat is veel meer dan gemiddeld.Een rekensom over het aantal jonge ijsvogels dat in de regio geboren kan zijn, levert een getal op van ruim 20 jonge ijsvogels. Niet verwonderlijk dus dat deze bijzondere vogel nu weer op veel plaatsen te zien is.
Uit de eerste berichten van diverse gebieden komt ook een heel positief beeld naar voren. Zo is de stand in Noord-Holland gestegen van 40 paar naar bijna 100 paar ijsvogels en in Twente/Achterhoek van 25 naar 100 paar. De kans is daarom groot dat landelijk op minimaal een verdubbeling van het aantal ijsvogelpaartjes in 2014 gerekend kan worden. Dat kan betekenen van 370 paar in 2013 naar circa 750 paar in 2014. Maar dat zal pas eind volgend jaar duidelijk zijn als alle informatie binnen is.
De ijsvogelliefhebbers hopen nu op weer een zachte winter met in 2015 wellicht een nieuw ijsvogelrecord!
We hopen op veel meldingen van waarnemingen aan de werkgroep IJsvogels, zodat we een beeld krijgen van de aanwezige IJsvogels. We zullen de meldingen discreet behandelen, uiteraard mag de melding ook via Waarneming.nl gedaan worden, maar liefst niet te gedetailleerd. Dit om verstoring te voorkomen.
IJsvogels: hoe zien ze eruit?
Niet veel mensen hebben het geluk er eentje te zien, maar veel mensen kennen hem wel: de IJsvogel. De IJsvogel is onmiskenbaar door zijn felle kleuren. Hij heeft een blauwgroene rug en vleugels. Zijn staart en stuit zijn kobaltblauw en hij heeft witte vlekken op de hals en keel. De buik en wang zijn een warm oranjebruin. De poten zijn oranjerood van kleur. De ondersnavel is bij het vrouwtje dofrood is en bij het mannetje geheel zwart.

Mannetje IJsvogel (foto: Wim de Groot)

Vrouwtje IJsvogel (foto: Luc Knijnsberg)

Het is bijna onvoorstelbaar dat, wanneer zo'n kleurrijke IJsvogel stilletjes op een tak zit, hij nauwelijks opvalt. Een IJsvogel wordt veelal waargenomen wanneer deze laag over het water scheert in een kaarsrechte lijn. Ook zijn luide roep "Tie" verraadt vaak zijn aanwezigheid. Enkele kenmerken: lichaamslengte 16 tot 17 cm, spanwijdte 24 tot 26 cm en lichaamsgewicht 34 tot 44 gram.

Strenge winter doet IJsvogel de das om
"Stand gehalveerd t.o.v. vorige winters! Uit tellingen van SOVON blijkt dat het aantal IJsvogels in de winter van 2008/2009 waarschijnlijk met de helft is verminderd. Volgens het KNMI was deze winter de koudste winter in 12 jaar; in het zuidoosten van het land daalde het kwik plaatselijk zelfs tot ruim -20°C. Schaatsen konden uit het vet worden gehaald, maar voor veel vogelsoorten betekenen ijs en sneeuw een kwestie van leven of dood, zeker als de vorstperiode lang aanhoudt.
De IJsvogel is als viseter sterk gebonden aan water, van smalle beekjes tot kleine wateren. Is hun voedsel onbereikbaar door ijs dan leggen ze massaal het loodje. Het duurt daarna weer een aantal jaren voor de populatie zich herstelt. De ijsvogelstand vertoont dan ook sterke schommelingen. In de voorgaande elf zachte winters hadden deze kleurrijke vogels wind mee. Niet alleen namen ze in aantal toe, ze breidden zich ook naar steeds meer delen van Nederland uit en konden op veel plekken aangetroffen worden. Aan die opmars lijkt nu abrupt een einde gekomen." (SOVON Vogelonderzoek Nederland, 16 maart 2009).
IJsvogels in Midden-Kennemerland
Regelmatig worden IJsvogels waargenomen in Midden-Kennemerland. Zowel volwassen als jonge vogels worden gezien. Het is helaas niet duidelijk hoeveel IJsvogels er leven in dit gebied. Vanuit het verleden zijn enkele broedlocaties bekend. Maar nu in 2009, is het onduidelijk of ze er nog broeden.
Ook de IJsvogels in Midden-Kennemerland hebben te lijden gehad onder strenge winters. Door het inrichten van geschikte broedlocaties, kan de ijsvogelpopulatie geholpen worden sneller te herstellen. Momenteel is er een gebrek aan geschikte broedlocaties.
Broedlocaties
IJsvogels zijn holenbroeders en graven zelf een gang en een nestholte in een steile onbegroeide oever. Een broedwand kan afhankelijk van het gebied, vaak met minimale inspanning gerealiseerd worden door het vertikaal afsteken van een bestaande oever. Ideaal is een locatie bij helder water, met enig struweel bovenop de oever en een stevige uitstekende tak voor de wand waarop de IJsvogel kan rusten.